Een Europese zomer - Door: Marieke Kroezen

Het was de zomer waarin Spanje Europees kampioen werd toen wij, tachtig studenten van zevenentwintig nationaliteiten, ons in Oostenrijk verzamelden om twee weken lang over het fenomeen “Europa” te praten, discussiëren en leren. In een voormalig Katholiek klooster dat thans dienst doet als hotel, mocht ik al snel na aankomst de nodige complimentjes in ontvangst nemen voor de prestaties van “onze jongens” op het nog in volle gang zijnde E.K. voetbal. Terugkijkende op deze begroeting – die toch een zeer nationalistisch tintje had, terwijl wij juist naar Oostenrijk afgereisd waren om over Europa en onze Europese identiteit te praten – lijkt het vraagstuk nationale identiteit versus Europese identiteit de leidraad voor deze twee weken durende summerschool van de Universiteit van Graz te zijn geweest.

Reeds op dag één werd de toon gezet. Studenten afkomstig uit één van Europa’s jongste EU-lidstaten Roemenië konden zich op zijn zachtst gezegd niet vinden in de manier waarop hun land in de door ons bekeken film Code Inconnu in beeld gebracht werd. Bang voor een verkeerd beeld in de ogen van medestudenten en meer nog in de ogen van Europa, kwamen al snel tranen van gekrenkte nationale trots opzetten. Hoewel af te doen als een misopvatting van de film, de boodschap van de film of de interpretatie door medestudenten, liet dit voorval een grote indruk achter binnen de summerschool. Oost-Europese studenten bleken hemelsbreed te verschillen van West-Europese studenten wanneer kwesties als nationalisme en Europa aan bod kwamen. Nationale zelfspot, een humoristisch paradepaardje van bijvoorbeeld de Engelsen, bleek uit den boze. Dit beloofden twee leerzame weken te worden!

Na twee introductiedagen, van het gebruikelijke wie-ben-jij-en-wat-doe-jij-format, werden de daarop volgende dagen gevuld met morgen- en avondlezingen, waarbij het onderwerp steevast Europa betrof. Gedurende de middag trok iedereen zich terug binnen zijn eigen module, waar aan de hand van te lezen literatuur dieper op een aan Europa gerelateerd onderwerp werd ingegaan. Doch, de beste klaslokalen bleken het zwembad, de eetzaal en het café te zijn.

Menige maaltijd werd opgevrolijkt met anekdotes over het vaderland en nationale gebruiken, die de verschillen tussen de verscheidene Europese naties alleen maar leken te onderstrepen. Zo werden wij als zijnde “geëmancipeerde” Nederlandse en Oostenrijkse studentes door een aantal Oost-Europese meiden met zachte hand gewezen op de verkwanseling van onze vrouwelijke trots wanneer wij bijvoorbeeld een oudere in de trein een handje helpen met het dragen van een zware koffer. Klip en klaar een mannentaak. Niet?

Maar ook zaken van meer gewicht werden besproken, ’s avonds aan de rand van het zwembad, bij het licht van de ondergaande zon. De vraag wat Europa betekende voor een ieder leverde letterlijk uren aan gespreksstof op. En naarmate de dagen verstreken bleek er zowaar iets van een gezamenlijke Europese identiteit tussen ons te bestaan. Het sterke economische karakter van de Europese Unie werd door iedereen onderkend. En hoewel broos, wispelturig en misschien nog wel ongelijk, verenigde dit economische karakter van de EU ons in een gezamenlijke Europese identiteit. Natuurlijk, we waren het er over eens dat deze kern uitgebouwd diende te worden met juridische, sociale en culturele lagen om levensvatbaar te blijven, maar er bestond after all toch iets wat we onze Europese identiteit mochten noemen. Genoeg gespreksstof voor de tweede week. Maar eerst: weekend.

Om niet geheel in een monnikenbestaan te vervallen, daalden we op onze twee vrije dagen de kloosterberg af. Zaterdags stond een gezamenlijke excursie naar Graz gepland, een stad die Cultuur met een hoofdletter schrijft. Alles ademde deze houding uit: de oude, prachtige Universiteit van Graz, het klassieke stadscentrum, met op elke hoek een heerlijk barok plein om te rusten en te eten, de vele openlucht concerten waar je zonder het te vermoeden tegenaan loopt. Graz was een verademing na een week studeren. De volgende morgen koos ik ervoor, na het enige uitslaapmoment binnen de summerschool, de rest van de zondag door te brengen met het bezoeken van een eeuwenoude burcht en na afloop te eten bij een Buschenschank. Dit is een typisch Oostenrijks restaurant, gelegen tussen de wijnvelden, waar de eigenaren alles zelf maken van lokale producten. Ik mag wel zeggen, een uitmuntende keuze.

Zoals het een goede summerschool betaamt gingen we maandagochtend meteen weer flink aan de bak. In deze afsluitende week moesten eindpresentatie ’s gegeven worden en er dienden nog de nodige puntjes op de i te worden gezet voor het zover zou zijn. De dagen vlogen dan ook om: interviews afnemen bij medeparticipanten van de summerschool, antwoorden analyseren, een koppeling maken met de gelezen literatuur en gegeven lezingen. Het zwembad moest kortom even wijken. Maar naarmate de dagen verstreken vormde zich in ons hoofd een steeds duidelijker beeld van “De Europese identiteit”. De laatste hobbel die nu nog genomen moest worden was de daadwerkelijke presentatie. Op de voorlaatste dag was het dan zover. De zaal zat vol en elke groep presenteerde afzonderlijk haar bevindingen. Toen onze man het podium beklom, was het toch spannend om te zien hoe anderen op onze benaderingswijze zouden reageren. Het werd een daverend succes. Met het geluid van enthousiast applaus in onze oren konden wij onze summerschool afsluiten. Alhoewel, afsluiten. Een summerschool is niet afgesloten zonder een eindfeest, wat we die avond uitgelaten vierden. En eigenlijk is een summerschool dan nog niet afgelopen. De ervaringen die ik deze twee weken opdeed, de zaken die ik leerde en vooral de ontmoetingen met studenten uit andere landen, die blijven bij je. Tot ver na afloop van de officiële summerschool-periode.

Stel je vraag
Print deze pagina